Ik wil een Cane Corso

Pupinfo en Herplaatsers

De Cane Corso

Een vlotte en actieve molosser

De Cane Corso is als ras nog erg jong, en ontving in 1996 pas de officiële erkenning. Toch bestaat deze hond al eeuwenlang. Er zijn zelfs vermeldingen te vinden in de literatuur uit de twaalfde eeuw. In tegenstelling tot wat zijn uiterlijk doet vermoeden, startte de Cane Corso zijn carrière als boerenhond die voor allerlei klusjes in het bedrijf gebruikt werd. In de 20e eeuw was het ras, door veranderde agrarische omstandigheden, vrijwel uitgestorven. Met vereende krachten hebben enkele vastberaden liefhebbers de Cane Corso echter weten te redden van de ondergang.
Tegenwoordig vindt men deze hond nog steeds op Italiaanse boerderijen, maar elders in de wereld wordt hij voornamelijk als huishond en huisvriend gehouden.

Historie

Hoewel de naam anders doet vermoeden, ligt de bakermat van de Cane Corso niet op het eiland Corsica. Corso is afgeleid van het Latijnse woord ‘cohors’, wat ruwweg ‘bewaker van het erf’ betekent en Cane (spreek uit: ‘kane’, dus niet op zijn Engels ‘keen’) is gewoon hond. Zijn naam geeft dan ook gelijk aanwaar de Cane Corso in het verleden vooral voor werd gebruikt. De aller vroegste voorouders van het ras gaan terug tot de Romeinse strijdhonden, de Canis Pugnax, die op hun beurt weer voortkwamen uit molossers die ronde de 4e eeuw voor Christus vanuit Assyrië en Griekenland in Italië terechtkwamen. Hieruit hebben zich verschillende hedendaagse Dogachtigen ontwikkeld, zowel de hele zware typen zoals de Mastino Napolitano, als de lichtere typen waartoe ook de Cane Corso behoort.

De oorspronkelijke oorlogshonden ontwikkelde zich in Italië door de eeuwen heen tot een zeer veelzijdige hond, die voor allerlei doeleinden kon worden ingezet. Hij startte zijn vreedzame carrière als hulp voor de boerenbevolking zo rond de 12e eeuw. Voor deze bevolkingsgroep bleek de grote, weerbare hond onmisbaar op meerdere vlakken. Zo deed hij dienst als waakhond op de vaak afgelegen boerderijen, werk waar hij uitstekend in voldeed zonder al te agressief te worden, maar met behoud van het vermogen om ogenblikkelijk en zelfstandig in te grijpen als er echt onraad was. Ook stak hij een pootje uit bij het verplaatsen van de runderen van en naar de weiden en stallen, het in bedwang houden van onwillige stieren en beschermde het vee tegen rovers, zowel die op 2 als op 4 benen.
Het boerenleven was in die tijd niet bepaald een vetpot en een hond moest bovenal nuttig zijn en zijn eigen kostje verdienen. Vrijwel iedere boerenfamilie fokte dan ook zijn honden, waarbij het uiterlijk niet belangrijk was maar de werkkwaliteit des te meer. De boerenhonden werden zelden verkocht. Uit een nest werden de meest veelbelovende honden aangehouden, de rest werd vaak een kopje kleiner gemaakt. Hierdoor bleef het ras sterk en behield het zijn capaciteiten.
Ook jagers maakten dankbaar gebruik van de mogelijkheden van de Cane Corso. Voor hen was lenige, snelle en sterke hond een uitkomst tijdens de jacht op met name wilde zwijnen. Hierbij was hij zowel drijfhond als ook degene die daadwerkelijk het gevecht met een zwijn aanging. Nog wat later ontdekten de gezagdragers de voordelen die een goede Cane Corso opleverde. Zij gebruikten de honden met name voor hun persoonlijke bescherming en om stropers en andere overtreders aan te houden. Door die verscheidenheid van taken is waarschijnlijk ook de vrij grote variatie in vachtkleur te verklaren. De boeren maakten het waarschijnlijk weinig uit welke kleur de hond had. De jagers echter werkten het liefst met lichtgekleurde honden, zodat ze goed afstaken in de schemer van het bos en tegen de donkerder kleur van de wilde varkens. Het gezag echter zag weer liever een donkere hond, die in de nacht niet opviel en een imponerend uiterlijk had.

Herstel en Erkenning

De Cane Corso werd in november 1996 erkend door het Internationale Overkoepelende orgaan van de kynologie, de FCI. Van de herontdekking in de vijftiger jaren, het opzetten van een fokprogramma in de zeventiger jaren tot en met de officiële erkenning in 1996 is een immens belangrijke klus geklaard in Italië, die eigenlijk nog steeds niet af is. Een strenge selectie op gezondheid en rastype is vereist. In de vijftiger jaren kwamen de in Italië bekende kynologen Prof. Bonatti en Prof. Ballota in aanraking met de Cane corso. Ze waren direct enthousiast. In de beeldvorming rond de Cane Corso werden vele oude geschriften en schilderijen en tekeningen bestudeerd om een zo juist mogelijk beeld te schetsen van het ras. Het vervolg echter, een goed fokprogramma, kwam niet van de grond doordat men te weinig rastypische honden had en er veel tijd verloren ging in de zoektochten naar honden die zouden moeten bijdragen aan het herstel van het ras.

Eind zeventiger jaren werd het fokprogramma nieuw leven ingeblazen door dr. Stefano Gandolfi. Zijn enthousiasme sloeg over op onder andere de gebroeders Malavasi uit Mantova, dr. Breber, prof. Morsiani en dr. Ventura. Om hun krachten te bundelen werd in oktober 1983 het SACC (Società Amatori Cane Corso) opgericht en Stefano Gandolfi werd de eerste voorzitter.


In Mantova werden door de gebroeders Malavasi, bekend in de hondenfokkerij, een selectiecentrum opgezet voor het fokken van de Cane Corso. We schrijven 1980, in Mantova. Daar waren 3 honden voorhanden die een belangrijke stempel zouden gaan drukken op de Cane Corso populatie. Hun namen: Tipsi, Brina en Dauno. Uit de dekkingen van Tipsi en Dauno kwamen de meest rastypische puppies. Basir en Bulan worden tot op de dag van vandaag gezien als de belangrijkste reuen in de fokkerij.

Ondertussen zat men niet stil. Er werden heel wat kilometers afgelegd in het zuidelijke deel van Italië op zoek naar Cane Corso’s die een positieve bijdrage zouden kunnen leveren aan het ras. In dit verband moeten Flavio Bruno en Vito Indiveri genoemd worden. De belangrijkste vindplaats bleek Puglia, die ondertussen is geworden tot een soort bedevaartsplaats voor de Cane Corso liefhebbers. Deze stad wordt gezien als het middelpunt van de Cane Corso, zowel wat betreft de populatie als bewaard gebleven literatuur en afbeeldingen. De Cane Corso’s uit Puglia noemt men de Pugliaanse Cane Corso’s en zijn de belichaming van het juiste rastype. De 2 belangrijkste honden uit deze lijn zijn Plud en Otello. Plud was de top dekreu van de kennel ‘Dyrium’ van Vito Indiveri. Otello is destijds gekocht door prof. Casolini in Puglia tijdens één van zijn reizen door Zuid-Italië op zoek naar de geschikte Cane Corso’s. Otello heeft een belangrijke rol gespeeld in het opbouwen van de populatie. Hij is de voorouder van een aantal zeer beroemde honden als Arras, Argo, Arek, Boris, Logan en Rubens.

In 1987 werd door het ENCI (de Italiaanse Kennelclub) en het comité van keurmeesters dr. Morsiani gevraagd om bijeenkomsten te organiseren waar de Cane Corso’s konden worden gekeurd om verdere homogeniteit van het ras te bewerkstelligen. In datzelfde jaar werden 3 bijeenkomsten gehouden, in Milaan, Firenze en Bari. Morsiani, Vandoni en Perricone waren de keurmeesters. Hieruit kwamen 57 honden naar voren die de eerste stambomen kregen. Eind 1992 vroeg Stefano Gandolfi uit naam van het SACC, de officiële erkenning van het ras aan bij de ENCI en op 20 januari 1994 werd deze aanvraag beloond.

In 1996 werd het ras voorlopig erkend door de overkoepelende internationale kynologische organisatie FCI. Waarnaar het in 2007 uit de voorlopige erkenning overging naar de officiële erkenning. Tegenwoordig neemt de Cane Corso in Nederland gestaag toe in aantal. In 1997 werden hier 113 honden geregistreerd, zowel pups als importhonden. Momenteel worden er jaarlijks rond de 500 puppen in het Nederlandse Stamboek in geschreven.

Heden en toekomst

De huidige Cane Corso is een betrouwbare, sportieve hond. Aan nieuwe eigenaren moeten wel enkele eisen gesteld worden. Ervaring met honden, het liefst Dogachtigen, is zeker gewenst. De Cane Corso is een zelfstandige hond. Hij is gek op zijn baas, maar vindt het ook leuk om er alleen op uit te gaan. Een goede band tussen baas en hond is nodig om de Cane Corso onder appel te houden. Een goede socialisatie is dan ook een eerste vereiste.

Werkdrift zit gelukkig nog steeds in het bloed van de Cane Corso. Binnen de hondensport zie ik geen belemmeringen voor dit ras. Een Cane Corso is een vriendelijke huishond, en een perfecte kameraad voor het gezin, maar ook een hond van een ras dat enkele decennia geleden nog de schaapskuddes en boerenerven bewaakte.

De fokbasis is erg smal. Daarbij komt dat het Cane Corso bestand nog geen homogeen geheel is. Velen denken dat de Cane Corso zijn heterogeniteit te danken heeft aan het inkruisen van andere rassen bij het herstel van het ras. Dit is echter niet waar. In het thuisland van de Cane Corso heeft elke streek zijn eigen type ontwikkeld. Er was wel een gemene deler aangaande het uiterlijk, maar functionaliteit stond uiteraard voorop. Heden ten dage kijken we meer naar het uiterlijk. De functie heeft men in het algemeen allang vergeten, met alle vervelende gevolgen van dien. De Italianen zeggen dat ze uit de populatie Cane Corso wel 3 verschillende rassen kunnen halen. Vandaar ook het belang om zoveel mogelijk met rastypische honden te fokken.

Ik heb zelf echter al de nodige verschillen zien ontstaan binnen Europa. De honden uit de Oost-Europese landen zijn grote, forse, indrukwekkende honden met vaak een te lange snuit en soms zelfs een scharend gebit. Ik hoop, en eerlijk gezegd verwacht ik, dat de keurmeesters de komende jaren een duidelijke lijn zullen ontwikkelen in hun keuringen. Ook voor de rasvereniging ligt hier een belangrijke taak.

Nederland

In Nederland was Dir de eerste Cane Corso. Deze werd op 25 februari 1992 geïmporteerd. De 2e hond was Joy, en wel op 27 februari 1993. De Cane Corso werd voor het eerst op de show gepresenteerd in Arnhem, in 1997. Keurmeester was de heer Peter van Montfoort die 16 Cane Corso’s beoordeelde, waarvan velen uit het land van herkomst. Beste hond werd Rubens van de heer C. Raffalla. Er waren verschillende Italiaanse fokkers aanwezig. In oktober 1997 werd de Cane Corso Club Nederland opgericht. De initiatiefnemers waren de heren De Vries en Eleonora. Inmiddels heeft de Cane Corso Club Nederland (CCCN) in 1999 de officiële erkenning gekregen van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.

Inmiddels kent Nederland al vele kampioenen, maar de eerste in Nederland waren Guntar en Maia, en ook zijn eerste Wereldkampioen: Goliath’s Warrior Délano, gefokt door de Vries.

 

Uiterlijk

De Cane Corso is een vrij grote, kortharige en duidelijke dogachtige hond. Hij is echter totaal niet log of plomp zoals we wel eens zien bij andere dogachtige rassen. De Cane Corso is juist een elegante en atletische hond, en beschikt over een snelheid, waarop menig veel lichtere hond jaloers kan zijn. Het gewicht van de gemiddelde Cane Corso ligt rond de 40 tot 45 kilo voor de teefjes en 45 tot 55 kilo voor de reuen. De schouderhoogte is 60 tot 70 cm. Als pup zijn deze honden, met hun droopy-ogen en lichtelijk vroegtijdig oud aandoende kopjes, aanbiddelijk om te zien. Als volwassen dier zijn ze imposant en stralen kracht en lenigheid uit, met hun brede kop en gespierde lichamen. De voorkomende kleuren zijn zwart, verschillende tinten grijs en verschillende tinten rood, en mogen ze ook gestroomd zijn. In Italië werden ze aan de oren en de staarten gecoupeerd, maar tegenwoordig is dat daar verboden, toch ziet men nog regelmatig gecoupeerde honden, omdat dit in vele landen nog niet verboden is.

De vacht is kort, met een ondervacht.

Gezondheid en verzorging

De Cane Corso is een ras dat snel groeit, waardoor jonge dieren nog wel eens met groeipijnen te kampen kunnen hebben. Door een goede voeding en een juiste mate van bewegen is dit echter wel binnen de perken te houden en het is uiteraard van voorbijgaande aard. Een duidelijk aanwijsbare erfelijke afwijking is heupdysplasie (HD), wat binnen dit ras ook voorkomt. Een ander euvel waarmee de Cane Corso nog wel eens te kampen heeft, is het zogeheten ‘Cherry-eye’ (kersenoog). Hierbij vormt zich een rode bobbel van uitpuilend bindweefsel in het onderooglid. Dit is operatief te verhelpen.

De vachtverzorging van de Cane Corso is minimaal. Af en toe even borstelen of goed afwrijven met een vochtige zeemleren lap is voldoende om de hond te laten glimmen als een spiegel. In de ruiperiode kan men dagelijks even met een rubber noppenborstel de losse haren verwijderen en indien nodig de nagels knippen.

Gedrag

De goede Cane Corso is een betrouwbare, moedige, evenwichtige en zelfstandige hond met een stabiel temperament. Zoveel goeds komt echter niet zo maar aanwaaien, daar zal voor gewerkt moeten worden dat begint met een goede fokkerij. Hoewel het volkomen a-typisch is voor het ras, komen er binnen de populatie angstige honden voor, met namen onder de teven. Omdat angst overerft is het dus belangrijk geen pup aan te schaffen van angstige ouders.

De Cane Corso behoort tot de Dogachtigen en dat houdt automatisch in dat er goede, actieve en langdurige socialisatie dient plaats te vinden, wil hij uitgroeien tot een open, vriendelijke en zelfverzekerde hond, zonder bovenmatig wantrouwen naar vreemden. Ook na de puppytijd, tot ruim in de volwassen leeftijd, dient hij volop tussen de mensen te zijn om te voorkomen dat de hond zijn verworven vaardigheden weer kwijt raakt. Angst om op die manier een allemansvriend of een watje te kweken hoeft u niet te hebben. Dat zit gewoon niet in zijn aard.

Een goede opvoeding is de 3e pijler waarop het gedrag van de Cane Corso rust. Een rustige, rechtlijnige en consequente werkwijze geeft het beste resultaat. Een harde aanpak is niet verstandig, omdat hardheid door de hond kan worden beantwoord met nog meer hardheid of zelfs kan resulteren in angstige en onzekere honden. Een goede getimede beloning en een spelletje op zijn tijd doen echt wonderen. Een goede puppy- en gehoorzaamheidstraining zijn beslist aan te raden. Zeker het eerste jaar leert de Cane Corso behoorlijk snel en laat hij, voor een dogachtige, een opmerkelijke intelligentie zien.

Onder de Dogachtigen is de Cane Corso beslist één van de vlottere en makkelijker trainbare types. Als u een dog zoekt waar ook echt mee kan worden gewerkt en die dat nog leuk vindt om te doen ook, is de Cane Corso zeker het overwegen waard. Hij is slim genoeg om in gedrag & gehoorzaamheid mee te komen en niet te zwaar om in actieve sporten als bijvoorbeeld behendigheid lekker mee te kunnen doen. Ook speuren is een prima bezigheid voor dit ras. Minder geschikt zijn de sporten waarin het waakse karakter van de Cane Corso wordt gestimuleerd. Dat is ook niet nodig, want waaks is hij van nature al. Niet op een vervelende manier, maar hij is altijd duidelijk op de achtergrond aanwezig, observerend en taxerend. In aanwezigheid van de baas zal hij rustig toelaten dat vreemden het huis betreden, maar dat wil niet zeggen dat die ook ongestraft kunnen binnenkomen als de hond alleen thuis is en als het moet zal hij tot het uiterste gaan om zijn familie en haar bezittingen te beschermen. Voor het gezin is de goed opgevoede Cane Corso een aanhankelijke en zeer vriendelijke hond. Hij wil graag onderdeel van de familie zijn, maar zal er geen punt van maken als hij zichzelf een tijdje moet vermaken. Meestal kan hij uitstekend overweg met kinderen, al kan hij voor de jongsten wel eens wat te bewegelijk zijn, zeker als het een jonge hond betreft. Uiteraard dient er altijd een volwassen toezicht te zijn, maar dat geldt voor ieder ras.

Ondanks zijn formaat is de Cane Corso een zeer actieve hond, die soms zelfs ietwat onstuimig uit de hoek kan komen. Andere huisdieren hebben weinig van de Cane Corso te vrezen. Met honden is de omgang wisselend. De ene Cane Corso gaat er uitstekend mee om, de andere kan zich behoorlijk dominant opstellen. En hoewel hij niet zo snel actief de confrontatie op zal zoeken, gaat hij die ook niet uit de weg als hij wordt uitgedaagd. De Cane Corso heeft behoorlijk wat lichaamsbeweging nodig. Hij houdt van lange wandelingen, maar ook lopen naast de fiets of joggen met de baas gaan hem uitstekend af. Als er ruimschoots wordt voorzien in voldoende activiteiten is de Cane Corso in huis een rustige hond. Maar als hij zijn energie niet kwijt kan, is het mogelijk dat hij zich gaat uitleven op het meubilair.

De Cane Corso kan ook prima buiten gehouden worden, mits hij een droge, tochtvrije ruimte heeft waar hij rustig kan slapen.

De Cane corso is een hond die niet voor iedereen geschikt is. De hond is groot en sterk, en daarnaast nogal zelfstandig en soms behept met ietwat dominante inslag. Verder is hij actief, ietwat wantrouwig tegenover vreemden, intelligent en waaks. De Cane Corso verlangt een sportieve baas met een beetje ervaring en natuurlijk overwicht, die al die elementen op een rustige manier in goede banen weet te leiden. Kunt u dat allemaal dan heeft u aan de Cane Corso een gouden hond, een goede vriend en een geweldige kameraad voor het leven.

Oceaan

Ter afsluiting een leuk verhaaltje uit Italië.

Een boer leefde met zijn familie in de bergen. Op een dag reisden ze een lange weg om te baden in de zee. Hun Cane Corso, die nog nooit de zee had gezien, werd bang toen hij de familie in de golven zag 'verdwijnen'. Hij sprong onmiddellijk in het water, pakte de mensen voorzichtig bij de schouder en trok ze terug het strand op. Geen oceaan die zijn familie van hem afpakte.
 
Tekst: Eric de Vries